Terug naar inzichten

Scherpte in investeringen

Investeringen zijn noodzakelijk. Zowel voor onze economie als voor de individuele bedrijven. Investeringen zorgen immers voor toekomstige bijkomende toegevoegde waarde en doen de taart dus groter worden. In onzekere tijden spreken economen snel over een tekort aan investeringen of terughoudendheid van ondernemers om te investeren. Dit capteert het gevoel van toekomstig risico en dus de kans dat de betreffende investering ook zal opbrengen. Investeringen zijn dan ook de kern van ondernemen. Toch stellen we in de praktijk vast dat veel investeringen geen investeringen zijn en over het algemeen een veel te laag rendement genereren.

We kunnen een investering definiëren als het alloceren van kapitaal vandaag in een project, product of service dat in de (nabije) overtollig rendement op het voornoemd kapitaal zal genereren. Die definitie hanterende moeten we op een analyse van de meest recente dataset van niet financiële en niet beursgenoteerde vennootschappen (jaarrekeningen 2023) vaststellen dat er gemiddeld overgeïnvesteerd wordt enerzijds (+120% van de gegenereerde operationele winst na belastingen) en er anderzijds amper of geen rendement gecreëerd wordt (economische winst gemiddeld lager dan 1%). Op basis van de data en onze praktijkervaring lijkt het erop dat investeringen onvoldoende goed gescoord worden. Drie vaak voorkomende valkuilen zijn daarom te vermijden en bij voorkeur ook anders aan te pakken.

1. Terugverdientijd

Eerst en vooral wordt al te vaak gewerkt met terugverdientijd om in te schatten of een investering de moeite is om te doen of niet. Terugverdientijd houdt geen rekening met de kost van het kapitaal en dus het risico van de investering. Iets wat een terugverdientijd van bijvoorbeeld vier jaar lijkt te hebben kan in realiteit - omwille van het risico van de investering - netto negatief zijn. De kost van het kapitaal incorporeren is daarom essentieel.

2. Te weinig in scenario's denken

Ten tweede wordt te weinig in scenario’s gedacht. Enkel de base case - die in realiteit vaak de best case is - wordt meegenomen. Wanneer daarbij niet alle verdoken kosten worden meegenomen, zijn drama’s snel gebeurd. Denken in een slechtst mogelijk scenario is essentieel. Wanneer het slechtste scenario netto positief is, heeft de investering zin. Let wel, niet elke investering is in landen uit te drukken. Er zijn investeringen waarbij het simpelweg 0 of 1 is. In die gevallen is het cruciaal alle mogelijke risico’s bij 0 zo goed mogelijk te schatten en ze maximaal te mitigeren alvorens te investeren.

3. Waar gaat de waarde van de investering naartoe

Ten slotte wordt te weinig nagedacht naar waar de waarde van de investering werkelijk zal gaan. Wiskundig kunnen we perfect modellen bouwen die netto positief zijn en theoretisch rendement zullen genereren. De vraag is echter wie het rendement zal mogen grijpen. Wanneer een investering bijvoorbeeld het gebruiksgemak intern zal verhogen maar niet dat van de klant, mag verwacht worden dat de klant dit zal inprijzen in zijn of haar bereidheid tot betalen. Bepaalde investeringen kunnen dus klantenverlies met zich meebrengen. Omgekeerd zijn investeringen niet altijd eenduidig door te rekenen wanneer ze de bereidheid tot betalen van de klant niet verhogen. Goed nadenken over wie de bijkomende waarde zal mogen grijpen is dus uiterst belangrijk.

Scherpte in investeringen brengen kan een wereld van verschil malen voor RIOC. Bent u benieuwd naar meer praktische inzichten om datagedreven de kwaliteit van uw ROIC te verbeteren? Neem dan zeker contact met ons op via info@moniquetandcompany.com of 011 41 71 81 en we luisteren met plezier in alle discretie naar uw uitdagingen.